'De bedoeling op 10' in de praktijk deel 1

“Toen we begonnen met deze pilot, vonden we het vooral een lekker vooruitzicht: terug naar tien gezinnen. Maar het begin was juist aanpoten. We werkten nog gezinsgerichter en bouwden het aantal gezinnen per gezinsmanager af naar tien. Dat proces van afbouwen was wel heel nuttig. Samen keken we kritisch of onze betrokkenheid bij een gezin, met het inzetten van de juiste hulpverlening, nog wel nodig was.

“Het valt me op dat het woord ‘crisis’ niet langer valt.”

Met veertien gezinnen was het lastig het overzicht te bewaren. Nu weet ik van al mijn gezinnen hoe het loopt. Natuurlijk blijft de problematiek soms complex en moet je een patroon zien te doorbreken of extra hulpverlening inzetten. Maar je hebt er meer grip op. Door vanaf dag één structureel methodetrouw te werken, tijd te nemen om het gezin te leren kennen en tot de kern van het probleem te komen, lukt het gemakkelijker de juiste hulpverlening in te schakelen. Hierdoor krijg je rust, vooral in je hoofd.

Het valt me op dat het woord ‘crisis’ niet langer valt, terwijl er nog steeds acute situaties voorkomen. Dit zegt wat mij betreft iets over onze beleving van het werk. Wanneer je meer energie hebt, kun je moeilijke situaties beter aan.

Met meer ruimte voor reflectie en overleg, leer je elkaar en elkaars gezinnen beter kennen. Door zaken samen te bespreken, heb je niet langer het idee dat je er alleen voor staat. Jij bent nog steeds de gezinsmanager, maar je hebt wel een team achter je staan. Het gevoel dat het werk beheersbaar is, is van invloed op de sfeer. Je neemt elkaar mee in een positieve flow. Voor mijn gevoel is de juiste focus terug en kan ik weer doen wat ik hoor te doen; regie voeren op de veiligheid van het kind.”