Innovatieve psychiatrie: het nieuwe huisbezoek

Onderzoek toont aan dat bij zeventig procent van de gezinnen bij Jeugdbescherming sprake is van psychiatrische problematiek bij ouders. Dan weet je als sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat je met jouw aanwezigheid echt een verschil maakt. SPV-er Paul Teixeira loopt nu ruim een jaar mee met drie teams van Jeugdbescherming Regio Amsterdam. Hij screent ouders op psychiatrie en schakelt, indien nodig, de juiste begeleiding in. Dat geeft gezinsmanagers meer lucht om zich te richten op het eigenlijke doel: de veiligheid van het kind.

Paul Teixeira werkt bij MGGZ Vangnet en Advies. Als wijk GGD-er met werkervaring in de kinderjeugdpsychiatrie, had hij direct interesse in de functie van sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV-er) binnen de pilot ‘Innovatieve psychiatrie’. Sinds 1 november 2016 is Paul 32 uur per week gedetacheerd bij Jeugdbescherming en begeleidt hij drie teams op het gebied van psychiatrie bij ouders. Lian Bakker, verpleegkundig specialist GGZ bij Parnassia zorgbedrijf Lucertis begeleidt als SPV-er een team uit de regio Zaanstreek-Waterland.

De aanleiding

Aanleiding voor de pilot was de groeiende groep ouders binnen Jeugdbescherming waarmee het maken van de juiste veiligheidsafspraken lastig was. Mogelijk omdat er psychiatrische klachten speelden. In samenwerking met de GGD en GGZ werd een aanpak ontwikkeld om psychiatrie bij ouders in een vroeg stadium vast te stellen en vanuit daar de juiste stappen naar de veiligheid van kinderen te zetten.

“De meerderheid van de ouders die ik spreek worstelt met zichzelf, met het ouderschap of met hun relatie.”

Het eerste bezoek

Als SPV-er vergezelt Paul gezinsmanagers tijdens het eerste bezoek aan een nieuw aangemeld gezin. “Het verbaast me hoe gemakkelijk mensen met mij in gesprek gaan”, vertelt Paul. “De gezinsmanager geeft me vooraf een korte situatieschets, maar ik krijg geen privacygevoelige informatie door. Ik benoem ook naar ouders dat ik hun situatie niet ken. Ik vraag hen open waarom we hier zitten en geef aan dat ik er ben om te kijken wat de ouder mogelijk nodig heeft aan ondersteuning, in welke vorm dan ook.

INNOVATIEVE PSYCHIATRIE

Wat:
Pilot waarbij SPV-er de gezinsmanager vergezelt tijdens eerste huisbezoek.
Deelnemers:
GGD MGGZ Vangnet en Advies en Jeugdbescherming Regio Amsterdam
Doel:
Mogelijke psychiatrie bij ouders sneller opsporen en behandelen. Creëren van bewustzijn rond de ouderrol van de cliënt.

Ik kijk met psychiatrische ogen naar mensen, maar geef hen niet automatisch het stempel dat ze psychiatrische problemen hebben. Uiteindelijk heeft dertig procent van de ouders die ook niet. Dan blijft het bij dat ene gesprek. Soms kan ik meteen iets aangeven over de veiligheid, bijvoorbeeld als iemand depressief is, of psychotisch. De gezinsmanager is natuurlijk gespecialiseerd in de kindveiligheid, dus voegen we onze kennis samen. De meerderheid van de ouders die ik spreek, worstelt met zichzelf, met het ouderschap of met hun relatie. Als je als ouder dan bijvoorbeeld ook nog eens depressief bent, begint het aanpakken van de problemen met het werken aan de depressie.”

ONDERZOEK GGD

Gelijktijdig met de pilot, startte de GGD een onderzoek naar het aantal ouders met psychiatrie binnen de gezinnen bij Jeugdbescherming. Uit dat onderzoek bleek dat zeventig procent van de ouders binnen Jeugdbescherming, kampt met psychiatrische problemen.

Psychiatrie en de gevolgen voor de ouderrol

Blijkt dat een ouder worstelt met psychiatrische klachten, dan schakelt Paul een passende behandelaar in. Hij vraagt deze om naast de behandeling van de psychiatrische aandoening, te kijken naar de betekenis van de aandoening voor het ouderschap van de cliënt. Paul: “Ik merk dat behandelaars het soms spannend vinden om de vraag te stellen: wat betekent die depressie nu eigenlijk voor je rol als moeder? Daarom breng ik vaak in het voortraject al met de ouder de hulpvraag in beeld.”

“Je gezamenlijke blinde vlek neemt af”

Meerwaarde voor het team

Paul krijgt veel positieve reacties vanuit ‘zijn’ teams. “Omdat ik met andere ogen naar dezelfde situatie kijk, neemt je gezamenlijke blinde vlek af. Bovendien help ik gezinsmanagers beter te begrijpen wat sommige aandoeningen inhouden. Dan leg ik uit wat het betekent als je heftige persoonlijkheidsproblematiek hebt. Verder ondersteun ik de gezinsmanagers in praktische zin, bijvoorbeeld door de verwijzingen naar de GGZ over te nemen.

Confronterend

Hoewel Paul positief verrast is door de mate waarin mensen openstaan voor kritische vragen over hun rol als ouder, heeft het werken binnen Jeugdbescherming ook pittige kanten. “Het kinderleed valt me zwaar. Ik heb in het verleden gewerkt in de kinderpsychiatrie, dus ik ben gewend te werken met kinderen die worstelen in het leven. Maar de confrontatie met de situatie van sommige kinderen hier, hakt er iedere keer in. Het zet je ook aan het denken. Ik zit inmiddels al meer dan twintig jaar in het vak; eigenlijk had ik dit soort problematiek al vaker tegen moeten komen. Je vraagt je met terugwerkende kracht af of je signalen hebt gemist. Hoe goed heb ik gekeken naar veiligheid van kinderen? Hoe goed heb ik gekeken naar gezinnen en wat daar gaande was? Dat was confronterend maar tegelijkertijd ook mooi, je daar meer bewust van worden is tenslotte precies wat we willen. Naar jezelf kijken, helpt je ook weer beter naar de gezinnen te kijken.”

“De meerderheid van de ouders die ik spreek worstelt met zichzelf, met het ouderschap of met hun relatie.”

Elkaars taal spreken

Nu de nieuwe werkwijze een succes blijkt, zal deze naar verwachting organisatiebreed worden ingevoerd. Paul adviseert alle partijen hierbij goed te investeren in het leren spreken van elkaars ‘taal’. “Het is belangrijk dat je als samenwerkende organisaties weet wat je verstaat onder veiligheid. Toen mij die vraag een jaar geleden werd gesteld, kon ik er niet direct antwoord op geven. Inmiddels weet ik het, maar mag ik verwachten dat iemand bij de GGZ dat meteen snapt?

Nee. Leg dit uit: Wat bedoelen we met veiligheid? Waar denken we aan? En wat is er nodig? Het is een constant proces. Om dat in gang te zetten en te houden, zijn meer SPV-ers binnen Jeugdbescherming heel belangrijk.”

Kijkje achter de voordeur

Zijn werk bij Jeugdbescherming ziet Paul als een waardevolle aanvulling op zijn ervaring als professional. “Ik zat namens de GGD in de crisisdienst en zag soms hele trieste situaties. Dan belde ik met Jeugdbescherming en kreeg ik het gevoel van ‘volgende week gaan we het bespreken’. Nu ik hier rondloop, zie ik wat er achter de voordeur gebeurt en weet ik dat er achter de schermen direct actie wordt ondernomen. Ik voel me hier thuis en ik voel me welkom. Dat zegt iets over de wil van Jeugdbescherming om als zich organisatie kwetsbaar op te stellen en te leren van anderen. Ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk en denk ook echt bij mezelf: ik mag weer het verschil gaan maken.”