De reis van Tobias en Brenda

Dag 1: Kennismaken en knopen doorhakken

Na aankomst in Afrika voeren Tobias en Brenda op de Nederlandse ambassade het eerste gesprek met Amir. Zijn moeder is hierbij aanwezig. Samen met nog zes halfbroertjes en -zusjes van Amir. Tobias: “Dat was schrikken want daarop waren wij niet voorbereid. Geen van allen had de Nederlandse nationaliteit, daarom moesten zij daar blijven. Dat was ontzettend zwaar.”

Tijdens de gesprekken met Amir en zijn moeder wordt Amirs situatie besproken en onderzoeken Tobias en Brenda of hij mentaal in staat is om de vlucht naar Nederland te maken. Ook wegen ze het veiligheidsrisico af rondom de vlucht voor Amir, henzelf en de overige passagiers op hun terugvlucht. Die avond volgt een telefonisch overleg met de collega’s in Nederland over een ‘go’ of ‘no go’. Het wordt een ‘go’!

Dag 2: Een struikelblok

Omdat Amir tijdens zijn vlucht naar zijn moeder illegaal een landsgrens is overgestoken, bevat zijn paspoort geen geldig bewijs van binnenkomst. Dit is een probleem, zo krijgt Amir geen geldig exit-stempel. Met hulp van de aanwezige ILO (Immigration Liaison Officer) weet Tobias deze stempel alsnog te bemachtigen.

Dag 3: Het vertrek

Op de dag van het vertrek nemen Tobias en Brenda de reis een laatste keer samen door. Ze spreken een duidelijke rolverdeling af. Brenda blijft bij Amir, houdt het contact met hem en neemt hem mee in alles wat er gebeurt. Zo heeft Tobias zijn handen vrij om zaken rondom het vertrek te regelen met de douane en de ILO op het vliegveld.
Wat volgt is een emotioneel afscheid tussen Amir, zijn moeder en zijn broertjes en zusjes. Vervolgens vertrekken Tobias, Brenda en Amir in een gepantserd voertuig richting vliegveld.

Op het vliegveld doet zich direct een spannend

moment voor. Een onbekende man spreekt Amir in zijn moedertaal aan. Zoals afgesproken, praat Amir Nederlands terug en doet hij alsof hij de man niet verstaat. Tobias: “Dat zijn spannende momenten, omdat je alert bent op dreiging.”

Douane zegt ‘nee’

Dan krijgt het drietal een nieuwe tegenslag te verwerken: de douanebeambte keurt de Nederlandse papieren van Amir niet goed. Op dat moment pakken Tobias en Brenda ieder hun rol. Tobias voert de druk op bij de dame van de douane, Brenda houdt oogcontact met Amir en stelt hem gerust. Uiteindelijk krijgen ze het felbegeerde stempel. Tobias: “Toen we door mochten lopen, keken we elkaar alle drie met de tranen in onze ogen aan, ‘het is gelukt.”

Eenmaal in het vliegtuig komt bij Amir het trauma van het vliegen met zijn vader naar boven. Hij zoekt steeds de bevestiging dat de bestemming werkelijk Nederland is. Pas nadat Amir voldoende gerustgesteld is, komt hij tot rust.”

KLM

Tobias: “Hulde aan de KLM-crew. Toen wij hen inlichtten over de reële kans op dreiging, was de eerste vraag: ‘hoe kunnen wij jullie ondersteunen?’ Gedurende de hele vlucht is er extra crew langs- gekomen om te checken of alles nog goed ging met ons.”

De toekomst voor Amir

Tot zijn achttiende jaar blijft Amir onder voogdij van Jeugdbescherming staan. Er is vastgesteld dat er bij hem geen sprake is van radicalisering. Amir krijgt momenteel hulp voor de trauma’s die hij wel degelijk heeft opgelopen. Tobias: “Hij mist zijn familie en zijn vrijheden, maar hij is daar open over en ik bezoek hem vaak. Brenda: “Wat helpt, is dat het een vrolijke, vriendelijke jongen met goede sociale vaardigheden is. Amir heeft daarmee veel dingen die voor hem spreken.”

Aankomst in Nederland

In Nederland worden Tobias, Brenda en Amir onder begeleiding van de Koninklijke Marechaussee door de douane geleid en legt De Raad voor de Kinderbescherming Amir formeel uit dat zijn voogdij in handen is van Jeugdbescherming. Er volgt een lange rit naar een geheime locatie: de gesloten instelling waar Amir voorlopig verblijft. Nu Amir veilig op de geheime locatie is, wordt zijn vader geïnformeerd dat de voogdij over zijn zoon naar Jeugdbescherming is gegaan.
Brenda: “Het is een bewuste keuze om Amir op te vangen in een gesloten omgeving. Zo kunnen we hem beschermen tegen mogelijke dreiging van buitenaf. Bovendien draagt een prikkelarme omgeving bij aan het onderzoek naar zijn gemoedstoestand.”